Gids

AI-geletterdheid is verplicht: wat artikel 4 van je team vraagt

Sinds 2 februari 2025, voor elke organisatie die AI inzet, dus ook voor het team dat er teksten, beelden en advertenties mee maakt. Geen verplicht certificaat, geen voorgeschreven cursus, wel een maatregel die je kunt aantonen.

Niels GeominyRecht gecontroleerd op 18 augustus 202613 min lezen

Dit is een lezing van gepubliceerde wetgeving en van documenten van toezichthouders. Het is geen juridisch advies en het vervangt geen eigen advies.

AI-geletterdheid is de oudste verplichting uit de AI-verordening die nu al geldt, en tegelijk de verplichting waarover in Nederland het meest wordt overdreven.

De plicht zelf staat vast. Artikel 4 bindt aanbieders én gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en geldt sinds 2 februari 2025. Wat die plicht van je vraagt is op 27 juli 2026 kleiner geworden, niet groter: de Digital Omnibus schrapte het vereiste niveau uit de bepaling.

En de boetebedragen die je op Nederlandse pagina's over AI-geletterdheid ziet staan, horen bij andere artikelen. Artikel 4 komt in artikel 99 van de AI-verordening niet voor.

De data, zoals ze er vandaag bij staan

DatumWat er gebeurtStatus
2 februari 2025Artikel 4 (AI-geletterdheid) en de verboden praktijken van artikel 5 gaan geldenGeldt
2 augustus 2025Lidstaten moesten nationale regels over sancties en handhaving hebben vastgesteldTermijn verstreken, in Nederland niet gehaald
26 maart 2026De AP noemt het stimuleren van AI-geletterdheid in haar werkagenda 2026 als een van de punten waarop zij zich richtGepubliceerd
20 april tot 1 juni 2026Internetconsultatie Uitvoeringswet AI-verordening: tien markttoezichthouders, AP en RDI coördinerendGesloten
27 juli 2026Verordening (EU) 2026/1744 wijzigt artikel 4: geen specifiek niveau meer voorgeschrevenIn werking
2 augustus 2026Nationale markttoezichthouders beginnen met toezicht en handhaving; artikel 50 (transparantie) gaat geldenGeldt
2 december 2027Bijlage III hoog risico, waaronder werving en selectie (verschoven van 2 augustus 2026)Nog niet

Bronnen: Verordening (EU) 2024/1689 art. 113, zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2026/1744; vraag-en-antwoord over AI-geletterdheid van de Europese Commissie; publicaties van de AP en de Rijksoverheid. Zie de bronnenlijst onderaan.

Wettekst

Wat artikel 4 letterlijk zegt, en wat er in juli 2026 aan veranderde

Begin bij de tekst, want vrijwel alle verwarring in dit onderwerp komt uit parafrases. De Autoriteit Persoonsgegevens citeert artikel 4 in haar eigen document over AI-geletterdheid van februari 2025 zo:

“Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen nemen maatregelen om, zoveel als mogelijk, te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken, en houden daarbij rekening met hun technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt.”

Dat is de oorspronkelijke tekst, en die is inmiddels gewijzigd. Verordening (EU) 2026/1744, de Digital Omnibus over AI, trad op 27 juli 2026 in werking en herschreef artikel 4. Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken moeten nu maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen, met de uitdrukkelijke toevoeging dat de bepaling hen niet verplicht om enig specifiek niveau van AI-geletterdheid bij een individu te garanderen. De Commissie vat het in haar eigen vraag-en-antwoord over AI-geletterdheid, laatst bijgewerkt op 27 juli 2026, samen als: “no specific … level is mandated”.

Waarom dit praktisch uitmaakt. Het verschil is dat van een resultaatsverplichting naar een inspanningsverplichting. Onder de oude tekst moest je een niveau halen. Onder de nieuwe tekst moet je een maatregel nemen. Dat betekent ook dat het bewijs van de maatregel de naleving is: als er nergens staat wat je hebt gedaan, heb je in de ogen van een toezichthouder niets gedaan.

Let op waar je de tekst leest. Op het moment van schrijven toonde de AI Act Service Desk van de Europese Commissie zelf nog de oude formulering van artikel 4, met daarboven de mededeling dat de bepaling door de Digital Omnibus is gewijzigd en dat de weergegeven tekst nog niet is bijgewerkt. Het document van de AP dateert van februari 2025 en citeert dus per definitie de oude tekst. Voor de geldende versie: de geconsolideerde tekst op EUR-Lex.

En wat AI-geletterdheid inhoudelijk betekent, is niet zo abstract als de term klinkt. De AP omschrijft het als: “dat personeel en andere personen die AI-systemen inzetten de juiste vaardigheden, kennis en begrip hebben om AI-systemen op een verantwoorde manier in te zetten”.

Wettekst

Voor wie het geldt, en waarom een wervingsteam eronder valt

Artikel 4 bindt twee rollen: de aanbieder, die een AI-systeem onder eigen naam op de markt brengt of in gebruik stelt, en de gebruiksverantwoordelijke, de Nederlandse term uit de verordening voor wie een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt. Vrijwel elk bedrijf in werving en selectie is het tweede en niet het eerste.

De verplichting reikt bovendien verder dan de loonlijst. De tekst noemt personeel “en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken”. In de vraag-en-antwoord van de Commissie wordt dat uitgelegd als: ook aannemers, dienstverleners en in sommige gevallen klanten, afhankelijk van de context. Een zzp'er die jouw campagnes maakt valt eronder. Een stagiair ook.

Concreet voor een recruitment- of employer-brandingteam. Zet je een generatief AI-systeem in om advertentieteksten te schrijven, beeld te maken of creatief materiaal te monteren voor je eigen vacatures, dan ben je gebruiksverantwoordelijke van dat systeem en geldt artikel 4 voor de mensen die het bedienen. Het maakt niet uit dat de tool er niet uitziet als iets waar wetgeving op slaat, en het maakt niet uit dat je hem per maand afneemt.

Eén nuance die veel geld scheelt, en die uit de richtsnoeren komt. In de richtsnoeren van de Commissie over de transparantieverplichtingen van artikel 50, van 20 juli 2026, staat dat een bedrijf dat enkel een reclamebureau opdracht geeft een advertentie te maken, zonder beslissingen te nemen over en zeggenschap uit te oefenen op óf en hoe dat bureau AI in het productieproces gebruikt, geen gebruiksverantwoordelijke is. Dan is het bureau dat. Wie de knoppen bedient, draagt de plicht. Dat is meteen de reden waarom bureaus hier meer werk aan hebben dan hun opdrachtgevers.

En nee, “wij gebruiken alleen ChatGPT” is geen uitzondering. Op de vraag of personeel dat generatieve AI voor algemene doeleinden gebruikt onder artikel 4 valt, antwoordt de Commissie bevestigend: die mensen moeten worden geïnformeerd over de specifieke risico's, met hallucinatie als expliciet voorbeeld.

Wettekst

Sinds wanneer het geldt, en wat er op 2 augustus 2026 veranderde

Artikel 4 geldt sinds 2 februari 2025. Dat is geen aankondiging en geen overgangsperiode: de verplichting is op die datum gaan gelden, tegelijk met de verboden praktijken van artikel 5.

Wat op 2 augustus 2026 veranderde, is niet de verplichting maar het toezicht. De Commissie schrijft in haar vraag-en-antwoord dat de nationale markttoezichthouders vanaf 2 augustus 2026 beginnen met toezicht en handhaving. Letterlijk, want dat document bestaat alleen in het Engels: “The national market surveillance authorities will start supervising and enforcing the rules as of 2 August 2026”. Anderhalf jaar lang bestond er dus een plicht zonder iemand die erop lette. Dat is voorbij.

Wie in 2026 begint, begint dus niet op tijd. Wie in 2026 begint, begint laat en loopt dat in. Dat is een eerlijker uitgangspunt dan het idee dat er nu pas iets ingaat, en het scheelt in de toon van je interne verhaal.

Toezichthouder

Wat als naleving telt, en wat de wet uitdrukkelijk niet vraagt

Dit is het punt waarop de Nederlandse markt het meest afdwaalt, want de zoekresultaten op AI-geletterdheid zijn grotendeels cursusaanbod. De wet vraagt geen cursus.

Wat de wet niet vraagt. De vraag-en-antwoord van de Commissie is er kort over: een certificaat is niet nodig, en organisaties kunnen volstaan met een interne administratie van trainingen of andere begeleidende initiatieven. Letterlijk: “There is no need for a certificate. Organisations can keep an internal record of trainings and/or other guiding initiatives.” Er is geen voorgeschreven curriculum, geen erkende opleider, geen examen en geen niveau dat je moet halen. De Commissie onderhoudt wel een living repository met inmiddels ruim veertig voorbeelden van AI-geletterdheidspraktijken, gepubliceerd op 4 februari 2025, maar zegt er expliciet bij dat het overnemen van die praktijken geen vermoeden van naleving oplevert.

Wat de wet wel vraagt. Een maatregel die past bij de rol, de risico's en de context, en die je kunt laten zien. De AP formuleert het praktisch: “Er is geen one size fits all-set aan maatregelen die zorgt voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid”, en even verderop: “Welke maatregelen organisaties precies moeten nemen om AI-geletterdheid bij hun personeel te bevorderen, staat niet in de wet.”

De AP geeft in datzelfde document wel een structuur, in vier stappen: identificeren (welke AI-systemen gebruiken we eigenlijk, met welke risico's, door wie bediend), doel bepalen (welk kennisniveau hoort bij welke rol), uitvoeren (training, bewustwording, vastleggen in governance, transparantie over het gebruik) en evalueren (periodiek nalopen of het werkt). De AP noemt het uitdrukkelijk geen limitatieve checklist, en wijst erop dat het om een iteratief proces gaat met bestuurlijke verankering, budget en belegde verantwoordelijkheid.

De praktische ondergrens, en dit is onze lezing en geen citaat: een gedateerde, rolgerichte briefing voor iedereen die de tool bedient. Wat het systeem doet, wat het niet doet, waar de output aantoonbaar misgaat, wat gelabeld moet worden, en wanneer iemand moet opschalen naar een mens. Eén A4, ondertekend en gedateerd, en opnieuw langsgelopen als het product een functie erbij krijgt. Dat is klein werk, en het is precies het bewijs dat een inspanningsverplichting vraagt.

Wettekst

Wat een team dat AI inzet voor werving concreet moet snappen

Artikel 4 schrijft geen inhoud voor. Maar als je de briefing toch schrijft, dan zijn dit de zes dingen die er voor een wervings- of employer-brandingteam echt in horen, omdat ze alle zes al gelden of binnen de planningshorizon vallen.

  1. Wat het systeem doet en wat het verzint. Generatieve modellen produceren plausibele onjuistheden. Voor een vacature betekent dat: verzonnen arbeidsvoorwaarden, verzonnen certificeringen, verzonnen locaties. De Commissie noemt hallucinatie zelf als het voorbeeldrisico waarover personeel geïnformeerd moet zijn.
  2. Wat gelabeld moet worden. Artikel 50 geldt sinds 2 augustus 2026. Wie een deepfake publiceert, moet bekendmaken dat de inhoud kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd is, en voor die plicht van de gebruiksverantwoordelijke bestaat geen overgangsperiode. In de richtsnoeren van 20 juli 2026 leest de Commissie het begrip deepfake ruim genoeg om ook realistische, volledig verzonnen personen te omvatten, en stelt zij dat gebruiksverantwoordelijken zich niet kunnen verlaten op de machineleesbare markering die de aanbieder onder artikel 50(2) heeft aangebracht. Machinemarkering is de plicht van de aanbieder; een zichtbaar label is die van jou.
  3. Wat verboden is, niet hoog risico maar verboden. Artikel 5(1)(f) verbiedt het afleiden van emoties van een natuurlijke persoon op de werkplek. In de richtsnoeren over verboden praktijken van 4 februari 2025 wordt “werkplek” uitgelegd als mede van toepassing op kandidaten tijdens de selectie- en aannameprocedure. Scoort een assessment- of videosollicitatietool enthousiasme, zelfvertrouwen of betrokkenheid uit gezicht of stem, dan is dat geen documentatievraagstuk maar een aankoopbeslissing. Dit is het duurste item op de lijst, want artikel 5 valt in de hoogste boetecategorie.
  4. Wat straks hoog risico is. Bijlage III punt 4(a) omvat werving en selectie, uitdrukkelijk inclusief het gericht plaatsen van vacatureadvertenties, het filteren van sollicitaties en het beoordelen van kandidaten. Die verplichtingen zijn door Verordening (EU) 2026/1744 verschoven naar 2 december 2027. Het maken van de creatieve uiting zelf, op basis van criteria die een mens heeft aangeleverd, valt volgens de conceptrichtsnoeren van de Commissie van 19 mei 2026 buiten dat punt. Die richtsnoeren zijn concept en de consultatie sloot op 23 juli 2026, dus dat is een verdedigbare positie en geen zekerheid.
  5. Wie welke rol heeft in de keten. Het advertentieplatform dat bepaalt wie de vacature te zien krijgt, is in die keten normaal gesproken de aanbieder van het hoog-risicosysteem. De werkgever of het bureau dat de campagne inkoopt en aanstuurt, is daarvan gebruiksverantwoordelijke. Dat is een ander en kleiner pakket verplichtingen, en materiaal dat werkgevers vertelt dat ze aanbiedersverplichtingen dragen omdat ze een generatieve tool hebben gebruikt, heeft de rollen verwisseld.
  6. Wanneer je opschaalt. Leg vast wie het beslist als iemand twijfelt: over een label, over een gezicht dat op een echte medewerker lijkt, over een claim in een advertentie. Bij hoog-risicosystemen wordt dit later hard recht: artikel 26(2) verplicht gebruiksverantwoordelijken om menselijk toezicht toe te wijzen aan natuurlijke personen die “de nodige bekwaamheid, opleiding en autoriteit” hebben. En anders dan artikel 4 staat artikel 26 wél in de boetecategorie van artikel 99(4).

De AVG staat hier los van en is niet uitgesteld. Persoonsgegevens van kandidaten, en portretrecht op beeld van echte medewerkers, lopen langs een eigen spoor.

Toezichthouder

Wie er in Nederland op toeziet, en wat er nog niet geregeld is

Nederland is hier het spiegelbeeld van Duitsland: de verplichting bindt, en het nationale apparaat om te handhaven staat nog niet in de wet.

Het kabinet maakte op 20 april 2026 bekend hoe het toezicht eruit moet gaan zien en bracht de Uitvoeringswet AI-verordening diezelfde dag in internetconsultatie. Die consultatie sloot op 1 juni 2026 met dertig openbare reacties. Op het moment van schrijven was het wetsvoorstel nog niet bij de Tweede Kamer ingediend.

Het voorgestelde model is hybride: tien markttoezichthouders, die elk toezicht houden binnen hun eigen domein, zodat organisaties zoveel mogelijk te maken krijgen met de toezichthouder die ze al kennen. De AP en de RDI krijgen daarbovenop een coördinerende rol, en waar voor een terrein nog geen duidelijke toezichthouder is, valt het aan de AP toe. De AP wordt in het voorstel verantwoordelijk voor het toezicht op verboden AI-praktijken, op de transparantieverplichtingen zoals de herkenbaarheid van chatbots en deepfakes, en op een groot deel van de hoog-risicotoepassingen, uitdrukkelijk inclusief het domein werk.

De AP is intussen niet stil. Zij is sinds 2023 coördinerend toezichthouder op algoritmes en AI, en in haar werkagenda van 26 maart 2026 noemt zij het stimuleren van AI-geletterdheid als een van de punten waarop zij zich dit jaar richt, naast stelseltoezicht, transparantie en uitlegbaarheid, heldere kaders en normen, en het tegengaan van discriminatie via bias- en fairnesstoetsing. Zij publiceerde in februari 2025 al het document waar de vier stappen hierboven uit komen. Wie wil weten hoe de Nederlandse toezichthouder hiernaar kijkt, leest dat document en niet het cursusaanbod dat erboven staat in Google.

Waar dit op neerkomt. Een verordening werkt rechtstreeks, dus artikel 4 geldt in Nederland ongeacht de stand van de uitvoeringswet. Wat er ontbreekt is de nationale bevoegdheidsgrondslag en het sanctiekader. Dat verschil is precies waarom de volgende sectie bestaat.

Nog onbeslist

Wat het kost als je niets doet, eerlijk gezegd

Op Nederlandse pagina's over AI-geletterdheid staan geregeld bedragen: 15 miljoen euro of 3% van de wereldwijde jaaromzet, soms 35 miljoen of 7%. Die bedragen bestaan, maar ze horen niet bij artikel 4.

Artikel 99 noemt artikel 4 niet. Artikel 99(3) noemt artikel 5, de verboden praktijken, met de hoogste categorie. Artikel 99(4) noemt de artikelen 16, 22, 23, 24, 26, 31, 33(1), (3) en (4), 34 en 50. Artikel 4 komt in artikel 99 nergens voor. Dat is geen omissie in de verslaggeving, het is de structuur van de verordening: artikel 99(1) draagt lidstaten op zelf “the rules on penalties and other enforcement measures” vast te stellen.

De Commissie bevestigt dat expliciet. In de vraag-en-antwoord staat dat nationale markttoezichthouders sancties en andere handhavingsmaatregelen kunnen opleggen voor schendingen van artikel 4, en dat dit gebeurt op basis van nationale wetgeving die lidstaten uiterlijk 2 augustus 2025 hadden moeten aannemen.

Nederland heeft die wetgeving nog niet. Zie de vorige sectie. Zolang de Uitvoeringswet niet in werking is, is er geen Nederlands sanctieregime dat specifiek op artikel 4 is toegesneden. Dat is de stand op de datum boven dit artikel, en het is precies het soort feit dat verandert zonder dat iemand het je laat weten.

Waarom dit toch geen reden is om te wachten. Drie redenen, in volgorde van hardheid. Ten eerste blijft de plicht bestaan en loopt de periode waarin je niet voldeed gewoon door; toezicht is per 2 augustus 2026 begonnen. Ten tweede wordt bekwaamheid van personeel wél beboetbaar zodra je een hoog-risicosysteem inzet, via artikel 26(2) en de categorie van artikel 99(4), en voor bijlage III is dat 2 december 2027. Ten derde is de maatregel goedkoop: een gedateerde briefing van één pagina kost minder dan de vergadering waarin je bespreekt of je hem nodig hebt.

Wat wij niet weten, en wat we daarom niet beweren: of er ergens in de EU al is gehandhaafd op artikel 4. Wij hebben daar geen bevestigd geval van gevonden. Behandel “geen bekende handhaving” als een waarneming met beperkte houdbaarheid, niet als een conclusie.

Nog onbeslist

Wat op dit moment echt niet vaststaat

Een pagina die alleen de stukken met een schoon antwoord behandelt, is onbruikbaar om mee te plannen. Vier dingen liggen hier open.

  • Wanneer de Uitvoeringswet er is. De consultatie sloot op 1 juni 2026 en het voorstel was op het moment van schrijven niet bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee ligt ook de Nederlandse sanctiegrondslag voor artikel 4 open.
  • Hoe streng “ondersteunen” wordt gelezen. De Digital Omnibus haalde het niveau uit de bepaling, maar geen toezichthouder heeft nog laten zien waar de ondergrens van een aanvaardbare maatregel ligt. De vier stappen van de AP zijn richting, geen norm.
  • Waar employer branding ophoudt en een vacature begint. De conceptrichtsnoeren van 19 mei 2026 plaatsen algemene bedrijfsreclame die in de praktijk geen verband houdt met een vacature buiten bijlage III punt 4(a). Echte campagnes zitten daar vaak tussenin, en daarover zegt geen enkel gepubliceerd document iets.
  • Hoe ver het begrip deepfake reikt. De Commissie leest het ruim genoeg om verzonnen fotorealistische personen te omvatten. Geen rechter heeft dat getoetst. Tot dat gebeurt is labelen de goedkope kant van de weddenschap.

Wat je deze week kunt doen

Vier stappen, in de volgorde die de AP aanhoudt, teruggebracht tot de schaal van een wervings- of marketingteam.

  1. Schrijf op welke AI je gebruikt

    Alles wat tekst, beeld, geluid of video produceert of beoordeelt, inclusief de tool die via een ander abonnement binnenkwam. Noteer per systeem wie het bedient. De AP noemt het AVG-verwerkingsregister als bruikbaar vertrekpunt.

  2. Bepaal per rol wat iemand moet weten

    Niet iedereen hoeft evenveel te weten. Wie met het systeem werkt, moet weten wat de risico's zijn en hoe het werkt. Wie er niet mee werkt, hoeft de precieze werking niet te kennen, maar moet wel weten dat het wordt ingezet en waarom. Dat onderscheid staat letterlijk in het document van de AP.

  3. Maak één gedateerde briefing en laat hem tekenen

    Wat het systeem doet, wat het verzint, wat gelabeld moet worden, wat verboden is en wanneer iemand opschaalt. Eén pagina volstaat. Bewaar hem waar je hem over twee jaar nog terugvindt, want het bewijs van de maatregel is de naleving.

  4. Zet een herhaalmoment in de agenda

    Loop de briefing opnieuw langs als de tool een functie erbij krijgt, als je een nieuw systeem aanschaft, en verder ten minste jaarlijks. AI-geletterdheid is volgens de AP geen einddoel maar een doorlopend proces.

Vragen die mensen echt stellen

Is AI-geletterdheid verplicht?

Ja. Artikel 4 van de AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689) verplicht aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen om maatregelen te nemen voor de AI-geletterdheid van hun personeel en van andere personen die namens hen AI-systemen gebruiken. De bepaling geldt sinds 2 februari 2025. Sinds de wijziging door Verordening (EU) 2026/1744 op 27 juli 2026 hoef je geen specifiek niveau van AI-geletterdheid te garanderen, maar de verplichting om maatregelen te nemen blijft bestaan.

Wat is AI-geletterdheid precies?

De Autoriteit Persoonsgegevens omschrijft het als: personeel en andere personen die AI-systemen inzetten hebben de juiste vaardigheden, kennis en begrip om AI-systemen op een verantwoorde manier in te zetten. Het gaat niet alleen om de technische werking, maar volgens de AP ook om de sociale, ethische en praktische kant: hoe je de output van een systeem interpreteert, en welke gevolgen een met AI genomen beslissing heeft voor de mensen over wie beslist wordt.

Sinds wanneer geldt de AI-geletterdheidsplicht?

Sinds 2 februari 2025, tegelijk met de verboden AI-praktijken van artikel 5. Er was geen overgangsperiode. Wat op 2 augustus 2026 veranderde is het toezicht: volgens de vraag-en-antwoord van de Europese Commissie beginnen de nationale markttoezichthouders vanaf die datum met toezicht en handhaving.

Voor wie geldt AI-geletterdheid: alleen voor grote bedrijven?

Nee. Artikel 4 kent geen omzet- of personeelsdrempel. Het geldt voor iedere aanbieder en iedere gebruiksverantwoordelijke van een AI-systeem, ongeacht omvang. Wat wel meeweegt is proportionaliteit: de AP noemt de beschikbare middelen uitdrukkelijk als factor, en stelt dat grote organisaties waarschijnlijk meer middelen hebben dan kleine. Een klein team mag dus een kleinere maatregel nemen, maar niet geen maatregel.

Heb ik een cursus of certificaat nodig voor AI-geletterdheid?

Nee. De Europese Commissie schrijft in haar vraag-en-antwoord over AI-geletterdheid: er is geen certificaat nodig, en organisaties kunnen een interne administratie bijhouden van trainingen of andere begeleidende initiatieven. Er is geen voorgeschreven curriculum en geen erkende opleider. De Commissie houdt wel een living repository met ruim veertig voorbeeldpraktijken bij, gepubliceerd op 4 februari 2025, maar vermeldt daarbij dat het overnemen van die praktijken geen vermoeden van naleving oplevert.

Geldt AI-geletterdheid ook als we alleen ChatGPT of een vergelijkbare tool gebruiken?

Ja. Op de vraag of de verplichting ook geldt voor personeel dat generatieve AI voor algemene doeleinden gebruikt, antwoordt de Europese Commissie bevestigend: die mensen moeten worden geïnformeerd over de specifieke risico's, waarbij hallucinatie als voorbeeld wordt genoemd. Het gaat om het gebruik van een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid, niet om de vraag of de tool er gereguleerd uitziet.

Geldt dit ook voor een recruitmentteam dat AI gebruikt voor advertenties?

Ja. Wie een generatief AI-systeem inzet om wervingsmateriaal te maken, is gebruiksverantwoordelijke van dat systeem en valt onder artikel 4 voor de mensen die het bedienen. Eén nuance uit de richtsnoeren van de Commissie van 20 juli 2026: een bedrijf dat alleen een bureau opdracht geeft een advertentie te maken, zonder beslissingen te nemen over en zeggenschap uit te oefenen op of en hoe dat bureau AI inzet, is geen gebruiksverantwoordelijke. Dan draagt het bureau de plicht.

Wie houdt er in Nederland toezicht op de AI-verordening?

Dat is nog niet definitief geregeld. Het kabinet bracht op 20 april 2026 de Uitvoeringswet AI-verordening in internetconsultatie, die op 1 juni 2026 sloot; het voorstel was op 18 augustus 2026 nog niet bij de Tweede Kamer ingediend. Het voorstel kiest voor een hybride model met tien markttoezichthouders, waarbij de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur een coördinerende rol krijgen en de AP toezicht krijgt op onder meer verboden AI-praktijken, de transparantieverplichtingen en een groot deel van de hoog-risicotoepassingen, inclusief het domein werk.

Wat is de boete als je niet aan artikel 4 voldoet?

De AI-verordening kent geen boetecategorie voor artikel 4. Artikel 99(3) noemt artikel 5 en artikel 99(4) noemt de artikelen 16, 22, 23, 24, 26, 31, 33(1), (3) en (4), 34 en 50; artikel 4 komt in artikel 99 niet voor. Artikel 99(1) draagt lidstaten op zelf regels over sancties vast te stellen, en de Europese Commissie bevestigt dat handhaving van artikel 4 langs nationaal recht loopt. In Nederland is dat nationale kader nog niet in werking. De bedragen van 15 miljoen euro of 3% die je op Nederlandse pagina's over AI-geletterdheid ziet, horen bij andere artikelen.

Wat moet er in een AI-geletterdheidsbriefing staan?

De wet schrijft geen inhoud voor. Voor een team dat AI inzet voor werving zijn dit de zes onderwerpen die er praktisch in horen: wat het systeem doet en waar het onjuistheden produceert; wat onder artikel 50 gelabeld moet worden, dat sinds 2 augustus 2026 geldt; dat het afleiden van emoties van kandidaten onder artikel 5(1)(f) verboden is; welke toepassingen vanaf 2 december 2027 onder bijlage III hoog risico vallen; wie in de keten welke rol heeft; en wanneer iemand opschaalt naar een mens. Zet er een datum en een handtekening onder en bewaar hem.

Wat is het verschil tussen een aanbieder en een gebruiksverantwoordelijke?

Een aanbieder ontwikkelt een AI-systeem en brengt het onder eigen naam of merk op de markt of stelt het in gebruik. Een gebruiksverantwoordelijke gebruikt een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid. Gebruiksverantwoordelijke is de term die de Nederlandse tekst van de verordening gebruikt voor wat in het Engels deployer heet. Een werkgever of bureau dat een generatieve tool inzet voor wervingsmateriaal is vrijwel altijd gebruiksverantwoordelijke en niet aanbieder. Artikel 4 bindt beide rollen.

Primaire bronnen

Waar dit vandaan komt

Deze pagina is geschreven door het team achter RecruitmentAds Studio, waarmee werkgevers en bureaus wervingsadvertenties maken. In ons eigen product bakken we de officiële EU-iconen voor AI-labeling rechtstreeks in de video en statics. Wij verkopen geen AI-geletterdheidstrainingen en geven geen certificaten uit. Wij hebben deze verplichting uitgezocht omdat hij op onze eigen gebruikers rust, en omdat wij er zelf gebruiksverantwoordelijke bij zijn.

Geschreven door Niels Geominy bij RecruitmentAds.com. Elke juridische stelling op deze pagina verwijst naar het instrument of het document van de toezichthouder dat ernaast staat, met de datum erbij. Waar een standpunt niet vaststaat, zegt de pagina dat, in plaats van het antwoord te kiezen dat het beste uitkomt. Klopt er iets niet meer, laat het weten en het wordt gecorrigeerd.