- Wat is artikel 50 van de AI Act?
- Artikel 50 is het transparantieregime van de AI-verordening. Het staat los van de risicocategorieën en hangt aan wat een systeem doet: systemen die met mensen communiceren, systemen die synthetische audio, beeld, video of tekst genereren, emotieherkenning en biometrische categorisering, en deepfakes. Er zitten vier plichten in. Lid 1 verplicht aanbieders duidelijk te maken dat iemand met een AI te maken heeft. Lid 2 verplicht aanbieders van generatieve systemen om de output machineleesbaar te markeren. Lid 3 gaat over emotieherkenning en biometrische categorisering. Lid 4 verplicht gebruiksverantwoordelijken om zichtbaar te vermelden dat een deepfake kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. Het artikel is van toepassing sinds 2 augustus 2026.
- Wat houdt de AI Act in voor adverteerders en werkgevers?
- Voor wie reclame en vacatureadvertenties maakt, is er vandaag maar één regime dat bindt, en dat is artikel 50. Het hoogrisicoregime voor werkgelegenheid, punt 4 van bijlage III, is bij Verordening (EU) 2026/1744 uitgesteld naar 2 december 2027. Daarnaast geldt sinds 2 februari 2025 het verbod van artikel 5 op het afleiden van emoties van mensen op de werkplek, dat de Commissie in haar richtsnoeren doortrekt naar kandidaten tijdens selectie en aanname, en de verplichting van artikel 4 om maatregelen te nemen die de AI-geletterdheid bevorderen van wie de systemen bedient. Sinds de Digital Omnibus is dat uitdrukkelijk een inspanningsverplichting: je hoeft geen bepaald niveau te garanderen, maar het bewijs van de maatregel is wel de naleving. Het genereren van creatie voor een vacature is op zichzelf geen hoogrisicoactiviteit.
- Geldt artikel 50 al, of is het uitgesteld?
- Het geldt. De Digital Omnibus, Verordening (EU) 2026/1744, in werking sinds 27 juli 2026, stelde het hoogrisicoregime uit: bijlage III van 2 augustus 2026 naar 2 december 2027 en bijlage I naar 2 augustus 2028. Artikel 50 raakte hij niet. De enige overgangstermijn die hij toevoegde loopt tot 2 december 2026, geldt alleen voor de machineleesbare markering van lid 2, alleen voor aanbieders, en alleen voor systemen die vóór 2 augustus 2026 al op de markt waren. Voor de vermeldingsplicht van lid 4 bestaat geen overgangstermijn.
- Moet ik vermelden dat een vacatureadvertentie met AI is gemaakt?
- Als er een fotorealistische persoon in beeld of te horen is die door AI is gegenereerd of gemanipuleerd: ja, en de plicht ligt bij jou als gebruiksverantwoordelijke. Gaat het om door AI geschreven advertentietekst of om een gestileerde illustratie, dan is er van jou geen zichtbare vermelding vereist. Tekst is voor lid 4 geen beeld, audio of video, en de aparte alinea over door AI gegenereerde tekst is beperkt tot publicaties die het publiek informeren over aangelegenheden van algemeen belang. Een vacature is dat niet. De machineleesbare markeringsplicht van de aanbieder blijft op die output wel gewoon rusten.
- Is het AI-label van LinkedIn of Meta genoeg?
- Nee, om twee onafhankelijke redenen. De Commissie schrijft in haar richtsnoeren van 20 juli 2026 dat een gebruiksverantwoordelijke niet mag steunen op de machineleesbare markering van de aanbieder, omdat die niet zonder technische hulpmiddelen waarneembaar is. En bij een AI-avatar verschijnt zo'n label meestal helemaal niet: platforms lezen een manifest uit in plaats van het beeld te analyseren, en de gangbare avatartools schrijven geen manifest weg. Geen manifest, geen label. LinkedIn is bovendien het enige grote platform dat je geen enkel eigen meldmechanisme geeft, terwijl het voor werving het meest telt.
- Hoe moet die vermelding er precies uitzien?
- Op duidelijke en te onderscheiden wijze, uiterlijk op het moment van de eerste interactie of blootstelling, en in overeenstemming met de toepasselijke toegankelijkheidseisen. De praktijkcode van 10 juni 2026 maakt dat concreet: een gratis EU-icoon, de hoofdletters AI als belangrijkste visuele element, geplaatst waar geen andere elementen overheen vallen zoals rechtsboven, en bij video aan het begin, met regelmatige tussenpozen en na een onderbreking. Stichting Reclame Code publiceerde op 29 juli 2026 Nederlandse voorbeeldzinnen, zoals dat de afbeelding met AI is gegenereerd of dat de persoon in de reclame met behulp van AI is gegenereerd. Een vermelding in een menu, in de voorwaarden of in een uitgeklapte beschrijving voldoet niet.
- Bestaat er een percentage AI waarboven je moet vermelden?
- Nee. Geen bepaling van de AI-verordening, geen richtsnoer van de Commissie en geen praktijkcode noemt een drempelpercentage waarboven de plicht begint. Die vraag circuleert breed en heeft geen juridische grondslag. De uitzonderingen in lid 2 zijn kwalitatief en niet kwantitatief: hulpfuncties voor standaardbewerking die geen nieuwe content genereren, en bewerkingen die de inputdata of de betekenis daarvan niet wezenlijk veranderen. Bijsnijden, kleurcorrectie, verscherpen, schalen en achtergrondvervaging worden genoemd als uitgezonderd; gezichtsvervanging, stemsynthese en het toevoegen of verwijderen van personen niet, bij welk percentage dan ook.
- Welke AI-toepassing is verboden volgens de AI Act?
- Verboden praktijken staan in artikel 5, niet in artikel 50. Voor werving is er één die er direct toe doet: het afleiden van emoties van mensen op de werkplek, en de richtsnoeren van de Commissie trekken dat door naar kandidaten tijdens selectie en aanname. Het maken van creatie voor een vacature staat niet in artikel 5. Voldoen aan artikel 50 zegt overigens niets over artikel 5. Een systeem dat aan de transparantieverplichtingen voldoet, kan nog steeds verboden of hoogrisico zijn; die regimes stapelen.
- Val ik onder het hoogrisicoregime als ik met AI een vacatureadvertentie maak?
- Vrijwel zeker niet. De conceptrichtsnoeren van de Commissie leggen uit dat het gericht plaatsen van vacatureadvertenties in punt 4 van bijlage III valt omdat algoritmische targeting bepaalt wie van een vacature hoort. Het gaat om targeting en distributie, niet om het genereren van de creatie. Employer branding dat in de praktijk niet aan een concrete vacature raakt, valt er ook buiten; over campagnes die daar precies tussenin zitten, zeggen de richtsnoeren niets, en ze zijn op dit punt nog concept. De lijn om in de gaten te houden is een tool die kandidaten gaat scoren, cv's gaat filteren of doelgroepen gaat bouwen; dan verandert de analyse volledig. Bovendien is bijlage III uitgesteld naar 2 december 2027.
- Wie houdt in Nederland toezicht op de AI-verordening?
- Op dit moment is er formeel niemand aangewezen. De Uitvoeringswet AI-verordening ging op 20 april 2026 in internetconsultatie, die liep tot 1 juni 2026, en het voorstel gaat na verwerking van het advies van de Raad van State naar de Tweede Kamer. Op 18 augustus 2026 was het daar nog niet ingediend. Het concept kiest voor meerdere bestaande toezichthouders, met de Autoriteit Persoonsgegevens voor domeinen zonder duidelijke toezichthouder en een coördinerende rol voor de AP en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur. De verplichting zelf vloeit rechtstreeks uit de verordening voort en geldt ongeacht die wet.
- Wat als er een echte medewerker in de AI-uiting staat?
- Dan komt er een tweede regime bij, en dat is strenger en beter afdwingbaar dan artikel 50. Naast een AVG-grondslag geldt het portretrecht van artikel 21 Auteurswet, dat door AVG-toestemming niet wordt opgeheven. De Hoge Raad besliste op 22 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:621) dat een portret een afbeelding is van een herkenbare persoon, op welke wijze ook vervaardigd, en dat een lookalike onder omstandigheden een portret van de nagebootste persoon kan zijn, ook wanneer de kijker weet dat hij het niet echt is. Over door AI gegenereerde gelijkenissen is nog niet beslist. Een standaard toestemmingsformulier voor foto's dekt synthetische generatie niet.
- Hoe hoog is de boete op een ontbrekende AI-vermelding?
- Schending van artikel 50 valt onder artikel 99, lid 4: tot 15 miljoen euro of 3% van de totale wereldwijde jaaromzet, het hoogste van beide. Voor mkb-ondernemingen en start-ups geldt het laagste van beide. Naleving van een adequate praktijkcode telt uitdrukkelijk mee als verzachtende omstandigheid bij het bepalen van de boete. In Nederland ontbreekt op dit moment nog een aangewezen markttoezichtautoriteit om die boete op te leggen, maar dat is een tijdelijke situatie en het schort de verplichting niet op.